Home
English
Introductie
Nieuws
Logboek
Ringen
Avifauna
Excursie
Kalender
Rapporten
Tellen
Pers
Politiek
Beheer
Gastboek
Links


Broedvogels in de Vogelplas Starrevaart in 2000

Sjaak Schilperoort

23 april 2001


Telmethode

De Vogelplas Starrevaart is in 2000 voor het dertiende opeenvolgende jaar op broedvogels ge?ventariseerd volgens de BMP-methode van het SOVON, een soort territoriumkartering. De tellingen zijn door Sjaak Schilperoort verricht.

De inventarisatie omvat de Vogelplas Starrevaart zelf, de randbebouwing langs de Vliet en de bosaanplant van Staatsbosbeheer (SBB) ten zuiden van de Vogelplas. De begrenzing wordt gevormd door de Kniplaan, de Vliet, Rijksweg A4 en de zuidelijke begrenzing van de bosaanplant, doorgetrokken tot aan de Vliet. Dit hele gebied is qua oppervlakte en samenstelling goed vergelijkbaar met de Meeslouwerpolder destijds.

Door omstandigheden zijn in 2000 de inventarisaties in de tweede helft van juni en in juli niet uitgevoerd. Er is derhalve niet naar rallen gezocht en ook is de telling van boerenzwaluwnesten niet gedaan.

Broedvogelstand

In de tabel hieronder is het aantal broedparen van 2000 weergegeven, samen met de broedresultaten van de vorige twee jaren.

Tabel 1: broedvogelaantallen in de Vogelplas Starrevaart 1998 t/m 2000. De vaste schaarse broedvogelsoorten zijn cursief weergegeven.
Broedvogels Vogelplas Starrevaart
  '98 '99 '00   '98 '99 '00
dodaars 1 - - grote bonte specht - - 1
fuut 12 15 18 boerenzwaluw 13 11 ?
geoorde fuut 16 19 15 witte kwikstaart 3 1 1
knobbelzwaan 6 4 3 winterkoning 14 19 17
canadese gans - - 1 heggenmus 5 6 8
grauwe gans 16 31 69 roodborst 6 7 5
nijlgans 5 12 13 blauwborst 2 2 2
bergeend 1 6 3 merel 16 16 14
smient 1 3 - zanglijster - 3 2
krakeend 10 22 17 sprinkhaanzanger 2 - -
wintertaling 2 3 1 rietzanger 25 25 25
wilde eend 53 66 50 bosrietzanger 9 11 4
zomertaling 3 3 4 grote karekiet 1 - -
slobeend 24 28 13 kleine karekiet 60 63 63
krooneend 1 - - spotvogel 1 - -
tafeleend 25 23 23 braamsluiper 1 1 1
kuifeend 32 35 50 grasmus 1 1 1
rosse stekelstaart 1 2 2 tuinfluiter 10 16 8
bruine kiekendief 1 2 2 zwartkop 8 7 8
sperwer 1 1 1 tjiftjaf 9 4 3
buizerd 1 1 1 fitis 29 29 21
fazant 12 17 12 baardmannetje 1 - -
waterral - 1 ? staartmees 2 1 1
porseleinhoen - 1 ? pimpelmees 7 10 7
waterhoen 21 22 24 koolmees 8 8 9
meerkoet 33 63 51 gaai 2 2 2
scholekster 4 1 2 ekster 4 5 7
kluut 1 4 - kauw 1 1 5
kleine plevier - 2 1 zwarte kraai 3 4 4
kievit 10 3 8 spreeuw 22 19 22
tureluur 2 - 1 huismus 12 24 15
kokmeeuw 110 185 149 vink 1 - 3
stormmeeuw 2 3 3 groenling 1 1 1
kleine mantelmeeuw - 2 - putter 1 1 1
zwartkopmeeuw - 1 1 rietgors 14 17 10
visdief 10 64 -        
houtduif 12 13 11        
turkse tortel 1 1 - aantal soorten 66 64 63
koekoek 2 1 2 totaal aantal paren 726 975 822

In 2000 hebben zich geen ingrijpende verschuivingen in de broedvogelaantallen voorgedaan. De geoorde fuut handhaaft met 15 broedpaar het hoge peil. De broedkolonie in de Vogelplas Starrevaart behoort hiermee tot de grootste van Nederland. Helaas lijkt ook in 2000 het broedsucces erg klein. Slechts weinig paren zijn in de loop van het broedseizoen met jongen tevoorschijn gekomen.

De grauwe gans is nog steeds in opmars, met ook dit jaar weer een verdubbeling, van 31 naar 69 paar. Waren de nestlocaties vorig jaar nog beperkt tot de omgeving van het zuidoostelijke pitrusveld, in 2000 bevonden de nesten zich in alle rietvelden. Een bijzonderheid was dat vanaf begin mei een paar knobbelzwanen zich ontfermd had over twee donjongen van de grauwe gans. Een van de jongen was al snel verdwenen, maar het andere jong groeide voorspoedig op. Het was grappig om te zien hoe het overgebleven ganzenjong regelmatig op grasland aan het grazen was terwijl de zwanen aan het grondelen waren. Dit duurde twee maanden, maar uiteindelijk sneuvelde dit jong ook.

Een paar canadese ganzen was in het voorjaar aanwezig en voldeed aan de SOVON criteria voor een broedpaar. De soort was rond de zomer echter vertrokken en jongen zijn niet gezien. Een andere exoot, de rosse stekelstaart, blijkt volgens een recente SOVON nieuwsbrief in Nederland op zijn retour. De Vogelplas Starrevaart lijkt de enige plek waar de soort nog tot broeden komt. In 1999 hebben 2 paar gebroed waarvan de jongen niet groot zijn geworden. In 2000 broedden wederom 2 paar, maar nu met meer succes. Op 18 juli kwam een paar met 3 jongen tevoorschijn, op 28 juli gevolgd door een paar met 7 jongen. In de nazomer waren 11 vogels aanwezig, wat erop wijst dat bijna alle jongen zijn volgroeid.

De bruine kiekendief was succesvol met 2 broedpaar. Vermoedelijk is het nest van een van de paren gepredateerd door zwarte kraaien. Tijdens het broedseizoen betrapte een terreinbeheerder een zwarte kraai die met een ei van de bruine kiekendief uit het rietveld vloog. De beheerder maakte een hoop misbaar, waarop de kraai het ei liet vallen en de beheerder het nog onbeschadigde ei wist te bemachtigen. In Avifauna, Alphen a/d Rijn is het ei vervolgens met succes uitgebroed in een broedstoof. Helaas is het jong na een week overleden. Het tweede paar bruine kievendieven heeft met succes drie jongen grootgebracht. De sperwer en buizerd waren het gehele broedseizoen aanwezig in de bosaanplant ten zuiden van de Vogelplas. Volgens de SOVON criteria was hiermee sprake van een broedgeval. Alleen van de sperwer is ook een nest gevonden. Er zijn 5 jongen uitgevlogen.

De visdief en de kluut ontbraken als broedvogel. In eerdere jaren konden deze soorten zich laat in het broedseizoen vestigen, wanneer door langzame daling van het waterpeil delen van de slikplaat droogvielen. In 2000 is gedurende de zomer een iets hoger waterpeil gehandhaafd door het inlaten van water vanuit de Meeslouwerplas. Late vestiging van genoemde soorten was derhalve niet mogelijk. De kleine plevier verscheen nog wel, op een slikveld aan de rand van de plas. Het inlaten van water heeft alles te maken met pogingen om de uitbraak van botulisme tegen te gaan. Deze ziekte heeft in recente jaren veel slachtoffers gemaakt onder de vogelbevolking van de Vogelplas Starrevaart. Zie voor een gedetailleerd overzicht de rapportage over de botulismebestrijding. Botulisme gedijt goed in warm, zuurstofarm water. Droogvallend slik met daarop achterblijvende poelen werkt het ontstaan van dit soort omstandigheden in de hand. Door de slikplaat net onder water te houden wordt afkoeling en menging van het water bevorderd.  Mogelijk heeft dit ertoe bijgedragen dat botulisme nagenoeg niet is opgetreden in 2000.


Territoria van rietzanger in het zuidwestelijke rietveld. De inventarisaties zijn genummerd, de te onderscheiden territoria zijn omcirkeld.

Opvallend is het succes van de rietzanger, die in Nederland onder druk staat maar op de Vogelplas met jaarlijks 25 broedparen een hoge dichtheid bereikt. De kleine karekiet is meer en meer ook in de natte rietvelden te vinden. Tegelijkertijd is het aantal broedpaar in het droge riet lager, nu dit perceelsgewijs wordt gemaaid. Hierdoor komt het totaal aantal broedparen met 63 op hetzelfde niveau uit als voorgaande jaren. Opvallend is de teruggang van de bosrietzanger, van 11 naar 4. Het aantal aanwezige vogels in de beste tijd, eind mei - begin juni, was beduidend lager dan in voorgaande jaren. Wel is het mogelijk dat een enkele late vestigingen is gemist, doordat de broedvogelinventarisatie in 2000 minder lang doorliep. De snor ontbrak maar was met 3 paar wel aan de noordkant van de Kniplaan aanwezig, in het riet langs het verdronken wilgenbos van de Meeslouwerplas.

Twee paar huiszwaluwen waren eind mei begonnen met nestbouw onder de dakrand van een huis langs de Vliet. Dit is dezelfde plek als waar begin jaren '90 een deel van een omvangrijke kolonie zat. Helaas hebben ze de nesten al voor voltooiing verlaten.

Waterral en porseleinhoen zijn reguliere broeders en de boerenzwaluw is een zekere broeder, maar deze soorten zijn, zoals in de inleiding vermeld, in 2000 niet geteld. De waterral is in geschikt terrein gehoord op 26 maart. Een porseleinhoen is buiten de broedvogelinventarisatie gezien op 9 juli. Beide waarnemingen zijn volgens de SOVON criteria niet voldoende voor een territorium. In de broedvogeltabel is het aantal daarom aangegeven met een vraagteken '?'.

Vaste schaarse broedvogels

Figuur 1 geeft de ontwikkeling weer van het totaal aantal paren vaste schaarse broedvogels voor de Meeslouwerpolder en de Vogelplas Starrevaart. De vaste schaarse broedvogels zijn gedefinieerd als de soorten die voor 1985 in de Meeslouwerpolder jaarlijks of vrijwel jaarlijks tot broeden kwamen, en die in Zuid- en Noord-Holland tot de vrij schaarse (minder dan 1.000 broedparen) tot zeer schaarse (minder dan 10 broedparen) broedvogels behoren (zie ook notitie Bancken). Deze vaste schaarse broedvogels zijn dodaars, roerdomp, krakeend, zomertaling, wintertaling, tafeleend, bruine kiekendief, torenvalk, waterral, porseleinhoen, engelse gele kwikstaart, sprinkhaanzanger, snor, grote karekiet, braamsluiper en baardmannetje, 16 soorten in totaal. De Vogelplas Starrevaart is aangelegd voor behoud van de riet- en moerasvogels. Onderstaande figuur is derhalve betrokken op genoemde soorten, met uitzondering van torenvalk, engelse gele kwikstaart en braamsluiper.


Figuur 1. Totaal aantal vaste schaarse broedparen in de Meeslouwerpolder en de Vogelplas Starrevaart.

In de figuur is met verticale lijnen het tijdstip gemarkeerd waarop de Meeslouwerpolder onder water is gezet en het tijdstip waarop de Vogelplas is voltooid. Aangegeven is de gemiddelde stand van de vaste schaarse broedvogels van de Meeslouwerpolder in de jaren voor het onder water zetten van het gebied (1981 t/m 1983), te weten 71 paren. Deze stand vormt de norm voor de Vogelplas Starrevaart.

De stand van de vaste schaarse broedvogels verandert weinig. Zowel het aantal soorten als het aantal broedparen blijft vrijwel gelijk. Het aantal paren wordt vooral door de stand van de krakeend en tafeleend bepaald (40 van de 47 paren). Enkele kritische moerassoorten krijgen nog steeds moeilijk voet aan de grond. Het betreft hier roerdomp, grote karekiet, snor en baardmannetje. Wat hierbij een rol speelt is dat op de Vogelplas Starrevaart het natte rietveld zich maar zeer moeizaam ontwikkelt. Het totale rietoppervlak blijft daardoor klein, en bovendien betreft dit vooral droog rietveld.

Omliggende gebieden

In Vlietland en Leidschendammerhout ten zuiden van de bosaanplant die grenst aan de Vogelplas worden geen integrale broedvogeltelling gehouden. Er wel losse waarnemingen bekend. Langs de Kniplaan waren territoria van onder meer 1 dodaars, 1 spotvogel, 1 grasmus, 3 snorren en 1 blauwborst. In Vlietland zijn 2 sperwers aangetroffen. Een daarvan heeft met succes 3 jongen grootgebracht. In het noordelijk deel van Vlietland waren 5 territoria van nachtegalen. In Leidschendammerhout heeft eveneens een paar sperwers 3 jongen grootgebracht.

Dankwoord

Dank gaat uit naar Guido Aijkens voor de aanvullende informatie, met name over de roofvogels.